Derasja sidra Sjemot – 10 januari 2015

Door Bert Oude Engberink

Derasja sidra Sjemot – 10 januari 2015 – tevens hesped voor Louis Muijderman

Gisteravond laat heb ik nog even moeten nadenken over wat ik zou kunnen toevoegen aan wat er al gezegd en geschreven is naar aanleiding van de moordaanslagen in Frankrijk. Weinig kan ik nog bieden, maar wel opmerken dat ik mij erger aan één detail van veel berichtgeving. Steeds weer worden de moordenaars ‘ziek’ en ‘gestoord’ genoemd. Maar dat zijn ze niet. Ze zijn heel goed bij hun verstand en weten precies wat ze willen. Maar vóór alles zijn deze mensen gewoon ‘door en door slecht’ en zullen er alles aan doen om de verworvenheden van het vrije westen en om Israël en Joden te treffen. De aanslag op de koosjere supermarkt in Frankrijk staat in één lijn met de aanslag op het Joodse museum in Brussel en is deel van een voortdurende aanval van jihadstrijders op ons. Tot zover.

Vandaag zijn we in een nieuw boek van de Thora begonnen: Sjemot, ofwel Exodus. Beresjiet eindigde met onze familie van zeventig joden in de wereld – en ze zijn volgens mij allemaal bij naam genoemd: het is het gezin van Jacob, zijn twaalf zonen en zijn ene dochter Dina. Wanneer onze voorouders Egypte intrekken is het één grote familie, en ze hebben nog honger ook. Voor ons eigenlijk onvoorstelbaar. We kennen hun verhalen heel goed. Een Nederlander hoeft niet eens gelovig te zijn om verhalen over Abraham en Sara, Izaäk en Rivka en Jacob met Rachel en Lea en dan Joseph en zijn broers te kunnen navertellen. Zo zitten ze in onze cultuur ingebakken.
Met de aandacht in het boek Beresjiet, Genesis, op een handjevol mensen en hun leven en handel en wandel heeft onze religie zich ontwikkeld als een geloof waarin de individu erg belangrijk is. In het Jodendom is de enkeling en hoe hij leeft, voelt en denkt erg belangrijk. De rabbijnen van de Misjna – in Sanhedrin 4:5 – stellen dat omdat het verhaal van de mensheid begint met het verhaal van een persoon, Adam, en zijn vrouw Eva, dat ieder die het leven van een mens neemt wordt gezien als iemand die de hele mensheid heeft vermoord. En als afgeleide daarvan: wie het leven van een mens verziekt kan worden gezien alsof hij het leven van de hele mensheid heeft verziekt. En wie een goede daad tegenover een ander verricht is dus als iemand die de hele mensheid een dienst heeft bewezen.
In dit deel van de Thora, Sjemot, maken we een grote tijdsprong, die voor ons voor veel vraagtekens heeft gezorgd. Er zitten opeens honderden jaren tussen het moment dat Joseph met zijn broers en een grote Egyptische legermacht uittrekt om aartsvader Jacob te begraven, en het geboorteverhaal van Mosje. Het verhaal dat we een farao hebben die Joseph niet meer heeft gekend. Een farao die in paniek raakt als ze hem er op wijzen dat de Benei Jisrael groter zijn gegroeid dan voor Egypte lief is. Er werd niet langer gekeken naar een familie, maar het was een volk geworden. Niet langer wordt ieder een voor een genoemd, maar zijn het stammen, met aanvoerders en familiehoofden. De eerste verhalen over ons als volk zijn verhalen waarin we slaven zijn, waarvan de pasgeboren jongetjes vermoord moeten worden door ze in de Nijl te werpen: als makkelijke prooi voor de vele krokodillen die daar hongerig ronddartelen. De krokodil was een belangrijke eeuwig hongerige Egyptische god.
Even schijnt ons lijden te verminderen wegens de moed van twee vroedvrouwen: Sjifra en Poea. Deze vroegst bekende verzetsstrijders uit de menselijke geschiedenis stellen alles in het werk om pasgeboren Israëlitische kinderen het leven te redden. Ze staan op tegen het geweld dat door hun staat is gesanctioneerd om een heel volk uit te kunnen roeien. Zij worden als eerste genoemd in het nieuwe verhaal in dit Bijbelboek; pas daarna komt Mosje’s naam aan bod.
De namen van Mosjes ouders worden nog niet genoemd, evenmin die van zijn grote zus. Noch farao, noch zijn dochter worden al bij name genoemd. Hiervan is het Mosje die dan als eerste bij naam wordt genoemd. Alleen de namen van Sjifra, Poea en Mosje zijn blijkbaar belangrijk genoeg om al genoemd te worden.
Wie waren die twee vrouwen? Ze waren de vroedvrouwen van de Hebreeuwse vrouwen en zij weigerden het moordbevel als Sonderkommando’s uit te voeren. Ons wordt niet verteld of ze Hebreeuwse of Egyptische vrouwen waren. Philo van Alexandrië, eerste eeuw, was er zeker van dat het Egyptenaren waren. Hij was dat by the way ook. De tekst geeft veel aanwijzingen dat de farao tegen ze spreekt als niet-Hebreeuwse vrouwen, bv dat zij net zoals het volk Jisrael gezegend zullen worden met nakomelingen.

Verder vertelt de Thora ons weinig meer. Ze vreesden God, en dat was hun motivatie om farao’s bevel te weigeren. Zij zijn de eersten in de Thora die zo genoemd werden. “God vrezen” is voor veel commentatoren het bewijs dat ze vrome Joden dan wel geriem waren, ofwel rechtvaardigen uit de volkeren zijn. Hun namen worden niet verbonden met een naam van een vader of moeder, zoals dat bij de Joden in de Thora wel altijd is. Maar voor ons maakt het niet uit. Hun geweten maakte hen tot verzetshelden. Hun hart, hun oren, hun verstand, hun mond en hun handen vertelden hen wat ze moesten doen. Ze waren getuige van een volkerenmoord en stonden ertegen op. In de Thora, ik denk zelfs in de hele menselijke geschiedenis, zijn zij de eersten die met name genoemd worden die in hun opstandigheid tegen het kwaad mensenlevens redden. Met hun daden hebben zij de hele mensheid gered, volgens de Misjna.
Het zijn deze drie geweest die bijzondere dingen hebben gedaan om in die verschrikkelijke tijd rechtvaardigheid na te streven. Eerst de vroedvrouwen, die farao zonder enige scrupules van repliek dienden en doorgingen met hun goede werk, en later Mosje die een Egyptische toezichthouder, een kapo van zijn tijd, van een Hebreeuwse slaaf afhaalt en doodslaat; en dan zijn volk meeneemt de vrijheid tegemoet.

De les voor ons is om zo te zijn dat onze vrees voor God en voor rechtvaardigheid altijd groter moet zijn dan de angst voor een andere mens, hoe machtig die ook is. In tijden van gevaar voor eigen leven zal dit erg moeilijk zijn. ieder van ons zou zich zomaar tot een Mosje, tot een Sjifra of Poea kunnen ontplooien. Onze naam zou dan voortleven wanneer wij trouw zouden zijn aan het beste in onszelf, onze gelijkenis aan God, en niet zouden toegeven aan foute menselijke bevelen. Ieder mens dat je kunt bijstaan maakt het verschil. Dat is godvrezendheid. Onze handen Gods werk laten doen; God waar maken en doen waar we zelf zoveel voor bidden.

Beste Thea, beste familie van Louis, Vandaag kunnen we als kille een jizkor maken voor ons overleden erelid, minjeman en vriend Louis Muijderman zl., rabbi Gersjom ben rabbi Awraham. Al op 2 december overleed hij, maar sinds zijn begrafenis hadden we nog geen dienst gehad. Geboren in 1930 in een gezin met veel problemen in die crisistijd, was ook Louis een kind dat zijn leven heeft kunnen behouden dankzij moedige mensen die hun hart, hun oren, hun verstand, hun mond en hun handen niet hebben laten gebruiken door de Duitsers en de vele, vele Nederlandse verraders. Louis, een zachte man, heeft na de oorlogsjaren als vader een gezin opgebouwd, en werd echtgenoot, vader van vier kinderen en opa. Hij bleef trouw aan zijn jodendom en heeft er veel goed werk voor verricht. Zijn naam is Gersjom – wat betekent: een vreemde was ik daar, net als een van Mozes’ oudste zoon. Thuis, wat voor ieder zijn veilige kasteel zou moeten zijn, was een plek waar ook Louis zich niet veilig voelde. Veel last heeft hij gehad van zijn oorlogservaringen. Alex heeft er direct na zijn overlijden en bij de begrafenis over gesproken. En na de oorlog, toen er regelingen kwamen om alle leed dan tenminste iets te kunnen compenseren, is het Louis niet gelukt ook maar enige tegemoetkoming te ontvangen. JMW, sociale zaken, iedereen oordeelde dat het met zijn lijden wel meeviel. Hoe onrechtvaardig kan het leven soms zijn.
We houden Louis in onze herinnering als een goede man, stil, begaan, trots op zijn kinderen en trouw aan zijn vrienden. En tot zijn familie: Thea, kinderen – ook op afstand – kunnen we gelukkig zeggen: het is een zegen dat we Louis gekend hebben. Moge zijn ziel gebundeld worden in de bundel van het eeuwig leven: Tehi nisjmato tseroera bitsroor hachaim.

Sjabbat sjalom