Maart 2013

Drasja van Alex Waterman op 9 Maart 2013

Vandaag hebben we een dubbele Sidra gelezen. Wajakheel en Pekoede.
In het verleden heb ik een keer tot in detail uitgelegd hoe het komt dat we soms een dubbele Sidra moeten lezen. Ik zal dat nu niet doen maar wel even in het kort. Het komt er op neer dat een joodse maand ongeveer 29,5 dagen telt. Daardoor is het Joodse jaar ongeveer 11 dagen korter dan een jaar in onze westerse jaartelling. Als je nou dat kleine stukje jaar dat je te kort komt optelt bij het stukje jaar dat je het jaar daarna te kort komt heb je op een gegeven moment een maand extra. De thora is in 54 wekelijkse afdelingen ingedeeld. Een gewoon jaar van dus gemiddeld 354 dagen heeft maar 50 of 51 sjabbatot. Tel daarbij de feestdagen op dan zie je dus dat je logischerwijs sommige Sjabbatot 2 delen moet lezen anders kan je het einde nooit lezen op Simchat Thora.

Vandaag dus Wajakheel en Pekoede. We lezen dan over de bouw van de Misjkan (het heiligdom) en het laatste deel van Sjemot, een zeer gedetailleerd verslag over de opsomming van al het goud en andere edelmetalen dat is gebruikt bij de bouw van de Misjkan. Op het morele vlak kan men vragen waarom Mosjé het nodig vond om zo’n grondige lijst te maken van alle in de Misjkan gebruikte kostbare metalen; het was tenslotte Mosjé zelf die samen met 2 anderen, daartoe door G’d uitverkoren, toezag op het bijeenbrengen en het bewerken! De meeste verklaarders zien dit als een eerste vroege voorbeeld van verantwoording afleggen. Ook al controleerde Mosjé zelf de collectie goud en zilver, hij was het aan het volk – de schenkers – verschuldigd om elk afzonderlijk muntstuk te verantwoorden. Met andere woorden, als de Misjkan de liefde en loyaliteit van het gehele Israëlitische volk diende te verwerven, zou er geen spoor van wantrouwen moeten zijn inzake ook maar de geringste financiële malversatie. Ook worden zaken als hebzucht en egoïsme hierdoor naar de achtergrond verdrongen.
Dat alles gaat nog steeds op. Het is zeker, er is een potentieel voor het goede in deze wereld. Maar zoals vaak, is dat potentieel verborgen en onderontwikkeld. De taak om dit te openbaren en te ontwikkelen is de opdracht van de mens. Ons doel in het leven is niet het vermijden van betrokkenheid in moeilijke zaken en vluchten in allerlei spirituele sferen. Dat zou een nederlaag zijn van het hogere doel, namelijk G’ds doel. Dat zou inhouden dat de materiële wereld zoals hij nu bestaat gescheiden is van G’ds wereld. In plaats daarvan richt de menselijke levenstaak zich op de fysieke omgeving waarin hij leeft. Ons doel is om alle elementen van ons bestaan te nemen en aan te tonen dat zij niet bestemd waren om te gebruiken voor bekrompen egoïstische doeleinden, maar dat zij waren voorbestemd om deel uit te maken van G’ds hogere plan.
Dat is de eigenlijke boodschap van Wajakheel. Mosjé roept het volk tezamen en brengt deze opdracht aan hen over. G’d zal zijn deel doen en manifesteert zijn aanwezigheid. Maar de uivoering van zijn hogere plan dat is de verantwoordelijkheid van de mens. Onze verantwoordelijkheid dus.

Het wordt steeds duidelijker dat we deze verantwoordelijkheid nu echt eens serieus gaan nemen. Dat begint met respect. Respect voor het leven, respect voor ieders geloofs- of levensovertuiging, respect voor de vrijheid van meningsuiting, respect voor de onaantastbaarheid van ieders lichaam. Dat laatste wordt de laatste tijd met voeten getreden. Denken we aan de dood van Richard Nieuwenhuizen in Almere of de 7 jongens die een weerloos slachtoffer hebben geslagen en geschopt in Eindhoven en het andere incident in Roosendaal met meerdere aanvallers tegenover 1 slachtoffer. Het respect voor elkaars leven, respect voor elkaars lichaam en zelfs respect voor elkaars levensruimte.
Het is schrijnend om te zien dat sommige dat woord werkelijk uit hun woordenboek hebben verbannen.

Ik denk oprecht dat als we het kunnen opbrengen om dit woord weer in daden terug te brengen in onze maatschappij, het leven er een stuk beter en rustiger op werd.

Laat dat dan mijn sjabbeswens zijn voor vandaag.

Tot besluit wil ik nog even stilstaan bij diegene die wij vandaag d.m.v een yahrzeit herdenken. Voor Bep is het de eerste yahrzeit en voor Ida de derde. Beide nog heel vers en we missen ze nog steeds. Ze zijn echter wel bij ons. Laten we hen met alle respect, waar we het net over hebben gehad, in onze gedachten houden. Ik wens beide families, Cohen en de Vries, nog vele jaren.
Omijn.

Sjabbat Sjalom,